De auto van de zaak: blijken is niet schatten

De auto van de zaak: blijken is niet schatten

Weinig onderwerpen roepen zoveel emotie op aan de borreltafel als de auto van de zaak. Niets menselijks is mij vreemd en ook ik word vrolijk een fraai opgepoetste vierwieler. Behalve de glimmende bolide is er de bijtelling: voor veel gebruikers een doorn in het oog! Soms wordt met kunst en vliegwerk (achteraf) een kilometeradministratie in elkaar geknutseld om toch maar beneden de 500 km privé-gebruik per jaar te blijven. Hof ’s Hertogenbosch moest recent weer eens oordelen over een al te doorzichtige kilometeradministratie.

De regeling

De regeling is eigenlijk vrij simpel, als je een auto van de zaak hebt en je rijdt daarmee 500 km of meer voor privé-doeleinden dan moet er 22% van de cataloguswaarde van de auto worden bijgeteld. Deze bijtelling is voor de ondernemer (inkomstenbelasting) als voor de werknemer (loonbelasting) even hoog en ook de tegenbewijsregeling (500 km privé is gelijk luidend). Voor volledig elektrische auto’s geldt een bijtelling van 12% van de cataloguswaarde (2021).

Blijken

Indien uit een rittenadministratie of anderszins blijkt dat de auto voor niet meer dan 500 km voor privé-doeleinden wordt gebruikt wordt de bijtelling op nihil gesteld. Blijken is het fiscale woord voor bewijzen. In het fiscale recht moeten aftrekposten doorgaans aannemelijk worden gemaakt, dat is een veel mindere zware bewijslast dan “blijken”.

Ook bij Hof ’s Hertogenbosch ging het mis voor de belastingplichtige, hij ontkwam met een gebrekkige kilometeradministratie niet aan de bijtelling voor het privé-gebruik auto. Eigenlijk zou een rechter niet eens uitspraak hoeven te doen als je de volgende feiten leest:

2.3.

Op 14 september 2011 is een rit vermeld van [vestigingsplaats] naar [plaats 1] , waarbij als beginstand staat vermeld 154.957 en als eindstand 154.919. In week 39 is op 30 september 2011 een eindstand van de kilometerteller genoteerd van 156.561. De beginstand in week 40, op 3 oktober 2011, is 155.561 kilometer.

2.4.

In een brief van 20 april 2018 schrijft [C] van [de garage] (hierna: de garage) dat de auto op 15 juni 2011 met een kilometerstand van 141.709 en op 30 november 2011 met een kilometerstand van 163.907 voor een onderhoudsbeurt in de werkplaats is geweest. Belanghebbende heeft ook een bon (‘werkplaatskaart’) van de garage van 30 november 2011 overgelegd, waarop een kilometerstand van 163.907 is vermeld. Deze kilometerstand komt overeen met de kilometerstand in de rittenregistratie op die datum. In de rittenregistratie is op 15 juni 2011 geen rit naar de garage vermeld.

Ik kan soms heel slecht begrijpen waarom dit soort zaken bij een rechter komen: kansloze missie!

Hoe moet het wel?

In principe geldt er altijd de vrije bewijsleer en staat het aan belastingplichtigen vrij hoe zij bewijzen dat ze minder dan 500 km privé hebben gereden. De Wetgever komt belastingplichtigen echter te hulp en geeft aan dat een rittenregistratie ten minste bevat:

a. merk, type en kenteken van de auto;
b. periode van terbeschikkingstelling van de auto;
c. per rit:
1. datum;
2. beginstand en eindstand van de kilometerteller;
3. beginadres en eindadres;
4. de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke;
5. het karakter van de rit.

Besparen op de bijtelling is mogelijk.

Mag /kan het ook anders?

Zoals hiervoor aangeven geldt de vrije bewijsleer, dus mag de belastingplichtige op elke mogelijke manier doen blijken dat hij minder dan 500 km privé heeft gereden. Niet vaak lukt het de belastingplichtige om de rechter, zonder sluitende kilometeradministratie,  toch te overtuigen dat er minder dan 500 km privé is gereden.

Enkele voorbeelden waar het wel goed ging:

Hof ’s Gravenhage 1995: Autohandelaar met een eigen auto die van zijn werkgever het woon-werkverkeer met een zakelijke auto mocht rijden maar deze nadrukkelijk niet voor andere doeleinden mocht gebruiken.

Hof ’s Hertogenbosch 2013: Exploitant van een jachthaven stelt 3 oude auto’s ter beschikking om zakelijke ritten mee te maken. Verklaringen van het personeel dat deze auto’s niet voor privé (mogen worden) gebruikt overtuigen het Hof.

Het is echt zoeken naar voorbeelden in de jurisprudentie die -ondanks het ontbreken van een sluitende rittenadministratie- toch goed gingen bij de rechter.

Conclusie

Zonder een deugdelijke kilometeradministratie wordt het heel lastig om onder de bijtelling voor privé gebruik auto uit te komen. Soms echter zijn er andere en wellicht voor u interessantere mogelijkheden dan het ter beschikking stellen van een auto van de zaak. Misschien een idee om binnenkort eens verder over te praten? Ik maak graag tijd voor u!

 

Comments are closed.