Blog

Hoge Raad bezorgt de Belastingdienst een zeer drukke zomer!

Hoge Raad bezorgt de Belastingdienst een zeer drukke zomer!

Opnieuw Box 3

Vanochtend oordeelde de Hoge Raad dat aan belastingplichtigen die niet hebben deelgenomen aan de massaal bezwaarprocedure geen compensatie hoeft te worden geboden voor het feit dat de Wet in 2017 en 2018 (en daarna) een belasting over vermogensinkomsten voorschreef die op stelselniveau strijdig was met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). In mensentaal: Er werd uitgegaan van een te hoog rendement voor spaarders, waardoor mensen meer belasting moesten betalen dan dat ze feitelijk aan inkomsten genoten.

Indien een belastingplichtige te laat is met het indienen van een bezwaar kan alsnog worden verzocht om ambtshalve vermindering. Alsdan ontstaat er een recht op teruggave met de mogelijkheid van een beroep bij de belastingrechter. Kort voor de uitspraak op massaal bezwaar is echter de Wet gewijzigd, waardoor er geen ambtshalve vermindering behoeft te worden gegeven als dit het gevolg is van gewijzigde jurisprudentie. Slim want volgens deze Wet hoeven mensen die het slachtoffer zijn geworden van een (veel) te hoge box 3-heffing niet worden gecompenseerd volgens de Hoge Raad. Dat is immers gebaseerd op (gewijzigde) jurisprudentie. De Hoge Raad past daarmee de Wet correct toe en dat is natuurlijk de taak van de Hoge Raad. Wel zuur voor die mensen die ervan uitgingen dat een Wet vastgesteld door de regering en gecontroleerd door de Tweede en Eerste Kamer niet strijdig zou mogen zijn met Europees Recht.

Jammer maar helaas?

Ik vind van niet.

1 De politiek

Allereerst moet de politiek zich ernstig schamen en moet er alsnog compensatie voor de te hoge belastingheffing heffen worden verleend. Dat is een kwestie van moraal: Mensen die in goed vertrouwen de belasting betalen, die ze volgens de Wet verschuldigd zijn, mogen niet de dupe worden van hun goede vertrouwen. Een belastingwet hoort op stelselniveau niet strijdig te zijn met Europese Wetgeving. Als die compensatie niet komt dan leidt dit tot een ernstige aantasting van de belastingmoraal: Waarom zou ik me als belastingplichtige conformeren aan Belastingwetten als de overheid mij niet beschermt als deze Wetten strijdig zijn met hogere wetgeving?

2 Europees Hof

Ten tweede zullen we gaan onderzoeken of er een rechtstreeks beroep mogelijk is bij de Europese rechter. Dit kan in de volgende situatie (bron: Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) – Europa Nu (europa-nu.nl)):

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beoordeelt verzoekschriften van individuen, organisaties en landen tegen lidstaten van de Raad van Europa. Het Hof kan bijvoorbeeld een boete opleggen. De uitspraken van het Hof zijn definitief (er is geen hoger beroep meer mogelijk) en bindend voor de betrokken staten.

Voordat een klacht door het Hof in behandeling wordt genomen, moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden:

  • 1. De indiener moet persoonlijk en direct het slachtoffer zijn van een schending van een fundamenteel recht dat is vastgelegd in het EVRM of in één van de protocollen hierbij.
  • 2. De klacht moet gericht zijn tegen een publieke instantie (wetgever, administratieve overheid, rechterlijke instantie). Klachten tegen personen of particuliere organisaties worden niet door het EVRM in behandeling genomen.
  • 3. Het Hof is bedoeld als ‘laatste redmiddel’. Het Hof neemt een verzoekschrift slechts in behandeling als alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. In Nederland betekent dit dat de klager normaal gesproken moet procederen tot de Hoge Raad of de Raad van State voordat een zaak aan het EHRM kan worden voorgelegd.
  • 4. Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen zes maanden na de definitieve nationale beslissing.

Ik denk dat een beroep op de Europese Rechter overwogen moet worden als de politiek haar verantwoordelijkheid niet neemt.

3 De burgerlijke rechter

Tenslotte is een beroep op de civiele rechter een mogelijkheid wegens onrechtmatige overheidsdaad. Vast staat dat de heffing op stelsel niveau strijdig is met het EVRM. Naar mijn overtuiging is het een onrechtmatige overheidsdaad om belasting te willen heffen die in strijd is met dit Europese Verdrag. De civiele rechter kan dan de overheid veroordelen om de geleden schade, de teveel betaalde belasting en de (proces) kosten, te vergoeden.

De Hoge Raad heeft gedaan wat je van de Hoge Raad mag verwachten: op correcte wijze de Wet uitleggen en toepassen. Dat de uitkomst voor velen onbevredigend is doet daaraan niets af. Dat betekent niet dat de politiek dit zou mogen laten rusten: Op de Wetgever rust een dure plicht om Wetten te maken die de toets met het Europese Recht kunnen doorstaan. Het ligt daarom in de lijn dat diezelfde politiek nu haar verantwoordelijkheid neemt.

Mocht dit niet gebeuren dan staat er alsnog de rechtsgang naar de Europese- of de burgerlijke rechter open. Ik hoop van harte dat de Wetgever ervoor zorgt dat deze weinig flatteuze gang aan de belastingplichtigen én de overheid bespaard blijft.

www.fidiation.nl

www.artioacademie.nl

www.fiscount.nl

www.adr-register.com

www.stokvis-mediation.nl

 

 

Van conflict naar control

Van conflict naar control

Mijn hele carrière adviseer ik ondernemers op fiscaal en financieel gebied. In de jaren ’80 was belastingbesparing het hoogste doel. Belastingontwijking en voor sommigen belastingontduiking waren geen woorden die je slechts schaamtevol in de mond nam. Nee een beetje ondernemer betaalde zo min mogelijk belasting. Gelukkig zijn de tijden veranderd. Mijn werk als fiscalist is niet meer om zoveel mogelijk belasting te besparen maar om ondernemingen fiscaal in control te laten zijn. Dezelfde ontwikkeling zie ik in de omgang met conflicten: als (fiscaal) mediator ben ik er niet om (arbeids)conflicten snel op te lossen, maar om ervoor te zorgen dat de onderneming in control is. Conflictmanagement als internal control instrument.

Ondernemingen moeten verantwoording afleggen aan de belanghebbenden (stakeholders). Stakeholders dat zijn er nog al wat:

  • De aandeelhouders, waaraan de directie verantwoording moet afleggen door middel van een jaarrekening met toelichting;
  • De bank, om te zien of de financiering van de onderneming op orde is en we wellicht uitgebreid of ingekrompen moet worden;
  • De (aspirant) medewerkers om te zien of het bedrijf inderdaad zo goed is als het zegt dat het is;
  • De crediteuren om te zien of de vorderingen wel volwaardig zijn;
  • De Belastingdienst om belasting te innen, door middel van de fiscale aangifte;
  • en nog veel, veel meer.

Een directie van een onderneming moet “in control” zijn. Daar kun je boeken over vol schrijven maar een onderneming is in control als alle onderdelen van de onderneming goed functioneren om de strategische doelstellingen van de onderneming te behalen. Dat functioneren wordt vastgelegd in een planning en control cyclus, waarop de directie beoordeeld gaat worden door de aandeelhouders.

Er zijn veel soorten controls die ingezet kunnen worden om de doelen te behalen. Denk bijvoorbeeld aan een begroting (result control) om te kunnen beoordelen of de resultaten financieel in de pas lopen met de verwachtingen. Controls kunnen ook zien op de persoon van werknemer: Is dit de juiste persoon op de juiste plaats (personal controls)?

Steeds vaker word ik door directies gevraagd om mee te denken over de planning en controlcyclus. De reden dat ik daarvoor wordt gevraagd is tweeledig. Enerzijds ben ik als fiscaal/financieel specialist goed in staat om mee te denken over financiële gevolgen, maar daarnaast wordt er een beroep gedaan op mijn mediatorskwaliteiten: hoe kunnen we ervoor zorgen dat conflicten onderdeel worden van de oplossing in plaats van een stagnatie in de planning en control cyclus veroorzaken. Soms leidt dat ertoe dat we hele ondernemingen of afdelingen trainen in conflictvaardiger worden.

Als je eens wilt sparren met me over conflicten in het licht van internal control neem dan gerust contact met me op. Donderdag 19 mei gaat de website van Artio Academie in de lucht en hier zullen ook opleidingen in het kader van internal control en conflicten worden aangeboden.

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.adr-register.nl

www.fiscount.nl

Belastingrecht en ethiek: Dilemma’s in de box 3-compensatie

Belastingrecht en ethiek: Dilemma’s in de box 3-compensatie

In opleidingen voor belastingrecht hoort doorgaans ethiek thuis. Ik ontwikkel vaak onderwijs en dan komt altijd de vraag: Waar dan? Gaan we een apart vak “Ethiek in de fiscaliteit” ontwikkelen of vinden we dat ethiek eigenlijk altijd -en dus in alle lessen – een rol zou moeten spelen. Omdat onderwijs ook is onderworpen aan economische wetten en de schaarste dus verdeeld moet worden, wordt dan vrijwel altijd de keuze gemaakt om aan te nemen dat ethiek in alle lessen voorkomt. Met een beetje wollig verhaal kom je er bij accreditaties goed mee weg, dus geen haan die er naar kraait.

Ik houd erg van filosofie en over ethiek valt heel veel te zeggen. Teveel om in een kort blog de revue te laten passeren, daarom beperk ik mij hier tot hetgeen Wikipedia als definitie geeft en waarmee ik het in grote lijnen eens ben: Ethiek is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen. In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen beoordelen of een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en om de motieven en consequenties van deze handeling te kunnen evalueren.

Ethiek gaat dus over de kaders, waarbinnen het handelen als goed of fout kan worden gekwalificeerd. In het recht spelen ethische discussies dus heel sterk en ook binnen het belastingrecht, hoewel in mijn wellicht beperkte beeldvorming te weinig. We weten eigenlijk niet zo goed wat een goede belastingheffing inhoudt. Weliswaar hebben we wat beginselen waarvan het draagkrachtbeginsel misschien wel de bekendste is. Maar ook het draagkrachtbeginsel (sterkste schouders dragen de zwaarste lasten) kent geen eenduidige uitleg voor een juiste belastingheffing.

Het “kerstavondarrest” waarin de belastingheffing over vermogen (box 3) op onderdelen in strijd met Europese wetgeving werd geacht heeft al heel veel pennen los gemaakt en heeft onze Staatssecretaris Van Rij in een moeilijk parket geplaatst. Ook de tweede kamer worstelt met de vraag wie te compenseren? Alleen de mensen die (tijdig) bezwaar hebben gemaakt of iedereen die teveel belasting heeft betaald op basis van een wet die eigenlijk niet had gemogen?

De politieke oplossing is naar mijn mening een laf compromis: mensen die tijdig bezwaar hebben gemaakt gaan gecompenseerd worden, voor mensen die dit niet hebben gedaan wachten we af tot de Hoge Raad binnenkort uitspraak doet of dit al dan niet verplicht is. Chapeau voor de bezwaarmakers, fijn dat jullie gecompenseerd worden, volkomen terecht! Echter……..

Wat is het juiste handelen voor de mensen, die keurig de wet hebben gevolgd en hun aangifte correct hebben ingediend? Die wet was in strijd met Europees recht en had niet mogen gelden. Gaan we nu tegen deze mensen zeggen: sorry maar je goede burgergedrag wordt bestraft met een (hoge) belasting, die op deze manier eigenlijk niet geheven had mogen worden.

Mijn stelling is daarom: Het is onethisch om onderscheid te maken tussen mensen (wel of geen bezwaar) als de belastingwet zelf in strijd is met hogere wetgeving.

Concreet zou iedereen die teveel belasting heeft betaald in box 3 ruiterlijk gecompenseerd moeten worden en daar hebben we geen verplichting van de Hoge Raad voor nodig. Het zou de politiek sieren als men zelf hierin het voortouw zou nemen. Dat de kosten wellicht via -correcte- belastingheffing uiteindelijk weer door dezelfde groep moeten worden opgebracht is voor mij geen enkele ethische belemmering, zo lang de belastingheffing juist, voorspelbaar en niet in strijd is met hogere wetgeving.

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation

www.fiscount.nl

Box 3: Laat de ondernemer niet de dupe worden!

Box 3: Laat de ondernemer niet de dupe worden!

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de heffing in box 3 op stelselniveau strijdig was met hogere Europese wetgeving. Een rode kaart door voor onze wetgever: U had als tweede en eerste kamer nooit mogen instemmen met deze wetgeving!

Welke beleggingen vallen er eigenlijk onder box 3?

Onder box 3 vallen vooral beleggingen die niet al in de eerdere boxen werden belast. Denk vooral aan: spaarrekeningen, aandelen, obligaties en beleggingspanden. Als vermogen in de andere boxen (1 of 2) wordt belast, dan komt dit uiteraard niet nogmaals in box 3 terecht. Ondernemingswinsten bijvoorbeeld van een eenmanszaak of de eigen woning vallen onder box 1 en komen dus niet in box 3, de winsten met aandelen van ondernemers vallen in box 2 en komen dus ook niet meer in box 3 terecht.

De regering is hard op zoek naar geld om het box 3 debacle te kunnen financieren. Dat moet ergens vandaan komen en het lijkt erop dat er een slachtoffer gevonden is: de ondernemer in box 2!

Jesse Klaver in het FB op 9 april, met als titel ‘We gaan niet iets afpakken, we gaan eerlijk belasten’ :

De GroenLinks-partijleider kenschetst box 2 van de inkomstenbelasting, voor dga’s en anderen met een aanmerkelijkbelang (5% of meer) in een onderneming, als het ‘grootste geheim’ en ‘de grootste schande’ van het belastingstelsel. Box 2 zou vooral gebruikt worden om geld te ‘verstoppen’ om zo min mogelijk belasting te hoeven betalen.”

Ik heb moeite om mijn ongenoegen op nette wijze over dit soort onjuiste gedachten weer te geven. In Nederland onderneemt het MKB (familiebedrijven) in de vorm van een BV, omdat de ondernemingsrisico’s groot zijn en een goed bestuurde BV daar bescherming tegen biedt. De mensen die deze aandelen houden worden dubbel belast: Eerst in de vennootschapsbelasting en daarna in box 2 als ze dividend uitkeren of hun aandelen verkopen. Door die dubbele heffing beoogden we al jaren een globaal belastingevenwicht te bereiken tussen de ondernemer in de inkomstenbelasting, die allerlei kortingen kreeg (zelfstandigenaftrek, fiscale oudedagsreserve en MKB winstvrijstelling)  en de BV-ondernemer. Fiscaal maakte het (op de lange) termijn in veel gevallen niet veel uit of je nu inkomstenbelasting moest betalen over je winst of vennootschapsbelasting en box 2 belasting.

Het MKB heeft het lastig: Hoge brandstofprijzen, stijgende grondstofprijzen, coronaschulden die terugbetaald moeten gaan worden, hoge inflatie……………

Het kan en mag niet zo zijn dat de motor van de Nederlandse economie de dupe wordt van verkeerde wetgeving over vermogensinkomsten!

 

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.fiscount.nl

Horizontaal toezicht in verticale verhoudingen

Horizontaal toezicht in verticale verhoudingen

Het waren mooie gedachten: goed overleg tussen de Belastingdienst en de Belastingplichtige. Elkaar vertrouwen, tevoren overleg voeren over zaken waar je het achteraf best eens over oneens zou kunnen zijn, snelle afwikkeling van aangiften, minder boekenonderzoeken en een minder zware belasting van de rechtelijke macht. Ik heb het over horizontaal toezicht.

Waar zijn we elkaar kwijt geraakt..

Ik werkte in een fiscale praktijk en kreeg visite van een ambtenaar die mij kwam uitleggen waarom het als belastingadvieskantoor een goed idee was om deel te nemen aan horizontaal toezicht. Ik denk dat het 2016 moet zijn geweest. Ik herinner me dat we zeer geïnteresseerd waren en ook wat koudwatervrees hadden.

Op een Belastingconsultendag, georganiseerd door de Belastingdienst, werd zwaar ingezet op voorlichting over Horizontaal Toezicht (HT).

De laatste jaren hoor ik er bijna niemand meer over. De laatste wetenschappelijke publicaties die ik heb kunnen terugvinden dateren alweer van een paar jaar geleden. Gisteren mailde ik mijn Fiscount (www.fiscount.nl) collega’s: Hoe loopt het nu met HT? Eigenlijk werd mijn indruk bevestigd, dat er nog maar heel weinig ruchtbaarheid is en het een zachte dood lijkt te sterven.

Evaluatie

Overleg tussen mijn beroepsorganisatie, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (www.nob.net) en de Belastingdienst over horizontaal toezicht leverde in 2019 de volgende opmerkingen op:

  • Het is onvoldoende kwantificeerbaar en kwalificeerbaar wat de (wederzijdse) voordelen van het HT zijn voor belastingplichtige en Belastingdienst.
  • Er is onevenwichtigheid waar het gaat om (transparante) informatievoorziening tussen belastingplichtige en fiscus.
  • Het is onduidelijk wat een adequaat fiscaal beheerssysteem van een belastingplichtige (Tax Control Framework) inhoudt en wat een adequaat kwaliteitssysteem van een financieel dienstverlener en aangepast toezicht betekent.
  • Als gevolg van het voorgaande is het lastig de samenleving (transparant) inzicht te verschaffen in de werking van het HT.
  • Het risico van een negatieve perceptie (zogenoemde “sweethart deals”) blijft hierdoor bestaan.

Verticale relatie

In het tijdschrift Fiscaal Ondernemingsrecht, verwoordde Prof. Dr. J.A.G. van der Geld het in 2009 reeds kort en bondig:  “De fiscale relatie tussen belastingplichtige en belastingdienst is in eerste en laatste instantie een verticale. De fiscale wet- en regelgeving is ook gebaseerd op een verticale relatie. Een belangrijk vraagpunt is hoe de op een verticale relatie gebaseerde wet- en regelgeving zich verhoudt tot de afspraken gemaakt onder de vlag van horizontaal toezicht.”

Een verticale relatie is primair een machtsconstruct. De bovenliggende partij kan van de onderliggende partij vragen iets te doen of te laten. Dat vragen kan juridisch worden afgedwongen op straffe van boeten of zelfs hechtenis.

Dat maakt de positie van de Belastingplichtige en zijn adviseur er een van jezelf te weer stellen tegen een zeer machtige Belastingdienst. De vraag is dan in hoeverre horizontaal toezicht mogelijk is als niet tegelijkertijd de eenzijdige verticale relatie wordt doorbroken of ten minste onder omstandigheden wordt verzacht. Ook deze vraag opperde Van der Geld al in hetzelfde artikel:

In dat kader verdient ook aandacht de van meerdere zijden geuite kritiek dat in de afgesloten handhavingsconvenanten een regeling voor het beslechten van geschillen (zoals mediation) node wordt gemist. 

Een convenant suggereert geven en nemen van beide partijen. Maar krijgt de belastingplichtige niet een ’tegenprestatie’ (een snelle, fatsoenlijke behandeling) die ook zonder horizontaal toezicht normaal zou moeten zijn? Is er met horizontaal toezicht geen sprake van een ‘offer you can’t refuse’ dat door belastingplichtige slechts aanvaard wordt omdat hij geen reëel alternatief heeft vanwege de in wezen verticale relatie?

Bouwen aan betere verhoudingen

Met Fiscount zijn we een van de 5 initiatiefnemers voor het Manifest Stappen in Conflictbemiddeling Stappen in Conflictbemiddeling. Persoonlijk zet ik met hart en ziel in voor verbetering van de relatie tussen de Belastingdienst en de burger, daar zou horizontaal toezicht een prominente rol kunnen spelen. Op dit moment zet ik mij in voor een opleiding Fiscale Mediation die zowel voor de adviseur als de Belastingdienst acceptabel is. Ik geloof namelijk dat we écht moeten leren luisteren naar elkaar en elkaar’s belangen om zo op basis van meer horizontale verhoudingen tot een goede relatie tussen de burger en de overheid te komen.

Voor informatie over (fiscale) mediation, begeleiding of opleidingen neem gerust contact met me op: 06-20577579 of quintus@fidiation.nl.

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.artioacademie.nl

www.VFmmediation.nl

 

Fiscale Mediation: Soms moet je doen wat “verstandig” is…..

Fiscale Mediation: Soms moet je doen wat “verstandig” is…..

Vanochtend las ik mijn fiscale vakliteratuur. Ik las een uitspraak van Hof ’s-Gravenhage over het in stand blijven van de informatiebeschikking ondanks een klein formeel gebrek. Een informatiebeschikking krijgt iemand die niet voldoet aan de informatieverplichtingen die door de Wet zijn opgelegd. Globaal gesteld moet je altijd antwoord geven op vragen van de Belastingdienst om gegevens, inlichtingen en bescheiden te verstrekken. Doe je dat niet dan krijg je dus een informatiebeschikking.

Is dat erg zo’n informatiebeschikking? Nou reken maar. Allereerst krijg je te maken met een verzwaarde bewijslast. Normaal moet je je aftrekposten aannemelijk maken, dat is na een informatiebeschikking anders. Dan stelt de Belastinginspecteur de aanlag vast en moet je als belastingplichtige bewijzen, dat en tot welk bedrag de aanslag onjuist is. Dat laatste blijkt doorgaans een zeer lastige opgave.

Naast de verzwaring van de bewijslast kan de belastingplichtige ook nog met strafrechtelijke vervolging te maken krijgen wanneer de gevraagde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen niet worden verstrekt. Dit kan worden bestraft met 6 maanden hechtenis of een boete van de 3e categorie (max. € 9.000).

Het speelveld tussen de Belastingdienst en de burger is zeer ongelijk. Dat is niet iets nieuws. Het werd en wordt wel verdedigd met de gedachte dat de Belastingdienst nu eenmaal extra machtsmiddelen nodig heeft omdat niemand vrijwillig belasting zou betalen. Hoewel deze laatste redenering zeker doel treft is daarmee nog niets gezegd over de mate waarin de Belastingdienst extra machtsmiddelen zou moeten hebben om de belastingheffing te garanderen.

Macht moet grote omzichtigheid worden toegepast: proportioneel en controleerbaar.

Naar aanleiding van een WOB-verzoek in 2016 is het beleid rondom de informatiebeschikking openbaar gemaakt. Mijn oog viel vanochtend op de volgende passage:

“Als de belastingplichtige weigert om aan de informatieverplichting te voldoen, is het verstandig om, indien mogelijk, op een geschikt moment eerst de dialoog aan te gaan over zijn beweegredenen. Is dit gegeven de situatie niet mogelijk, dan wordt daarvan een aantekening gemaakt in het desbetreffende (elektronische) dossier.”

Ik weet niet of ik moet lachen of huilen….. Voordat iemand in een bewijsrechtelijk zeer nadelige positie wordt gebracht is het misschien verstandig om eens te gaan praten over zijn motieven. Ja natuurlijk is het verstandig, maar tegelijkertijd zo volstrekt vanzelfsprekend dat het niet alleen “verstandig” maar vooral verplicht zou moeten zijn om eerst met iemand te praten voordat je een zeer nadelige maatregel tegen hem neemt.

Laten we vooral praten met elkaar. Waar gaat het eigenlijk écht over? Wat is er nodig om op een goede manier gezamenlijk tot een juiste belastingheffing te komen? Vragen waar ik me als Fiscaal Mediator dagelijks mee bezig houdt. Wanneer partijen op basis vanuit hun echte belangen (weer) communiceren, dan lijken oplossingen vaak opvallend eenvoudig.

Voor vragen over mediation en fiscaliteit, neem vooral contact met me op: 06-20577579 of quintus@fidiation.nl

 

Fiscale mediation: Stop Don Quichotprocedures!

Fiscale mediation: Stop Don Quichotprocedures!

U kent hem wel Don Quichot, het boek van Miguel de Cervantes of wellicht heeft u Terry Gilliam’s verfilming gezien: The man who killed Don Quixote. Ik ben altijd gefascineerd geweest door deze eigenzinnige eenling. Het stemt me somber ondanks dat ik er ook om moet lachen: Wie vecht er zo nu en dan niet tegen windmolens?

De gedachte aan Don Quichot bekroop me toen ik vanochtend mijn mail opende en een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West Brabant zag. Een belastingplichtige had gebruik gemaakt van de middelingsregeling in de inkomstenbelasting. Bij deze regeling vindt een herrekening plaats van de verschuldigde belasting als iemand nadeel heeft van de tariefsprogressie als gevolg van sterk wisselende inkomsten. Eenvoudig gesteld: iemand die eenmalig € 180.000 verdient en dan twee jaar niets, moet veel meer belasting betalen dan iemand die drie jaar lang ieder jaar € 60.000 verdient. Aan het eind van de 3 jaar hebben beiden echter € 180.000 verdient. De middelingsregeling beoogt aan deze onrechtvaardigheid een eind te maken door hierop een correctie toe te passen door de inkomens gemiddeld aan de 3 betreffende jaren toe te rekenen en het progressienadeel terug te geven.

De aftrekpost van de eigen woning wordt sinds enige jaren niet meer afgetrokken naar het progressieve inkomstenbelastingtarief, maar naar een vast (jaarlijks dalend) tarief. Dit inkomensbestanddeel is daarom uitgesloten van middeling volgens de Wet.

En ja hoor de belastingplichtige ging -na afwijzing van zijn bezwaarschrift- toch in beroep bij de Rechtbank hiertegen. Met een diepe zucht, stel ik me voor, maakt de Rechtbank korte metten met het beroepschrift, de Inspecteur heeft gelijk.

De uitkomst van deze procedure bevat geen enkele reden tot een blog. De aanleiding wel. Iedere adviseur en iedere inspecteur had de belastingplichtige kunnen én moeten wijzen op de volstrekt kansloze rechtsgang. Daarvoor hebben we iets nodig: een goed gesprek van mens tot mens. Even de tijd nemen om elkaar serieus te nemen, dan had deze nodeloze rechtsgang voorkomen kunnen worden.

Is dit een uitzondering? Helaas niet. Tezamen met mijn Fiscount collega-fiscalisten bespreken we wekelijks de fiscale jurisprudentie. Een grove schatting van mij: als we vaker gebruik zouden maken van een of twee goede (mediation)gesprekken zouden we de druk op de rechtspraak met 50% kunnen verminderen, want heel veel uitspraken zijn gebaseerd op Hermansiaans moedwil en misverstand.

Fidiation is aangesloten bij de Vereniging voor Fiscale Mediation VFM Mediation | Leden VFM en treedt graag op voor u als fiscaal mediator.

Neemt u contact met ons op? Telefoon 06-20577579 of quintus@fidiation.nl

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.fiscount.nl

www.stappeninconflictbemiddeling.nl

www.adr-register.com

 

Fiscale mediation

Fiscale mediation

Deze periode geef ik met mijn collega drs. Servaas Vrijburg van Fiscount een lezingencyclus over fiscale mediation. Gezamenlijk treden we zo’n 25 keer op voor accountants en fiscalisten. Hoewel ons publiek aanvankelijk soms mild sceptisch is, raken steeds meer vakbroeders overtuigd van het nut van fiscale mediation.

Als ik dit schrijf heb ik zojuist op teletekst gekeken:

 

Ben ik verbaasd? Ja en nee.

Nee ik ben niet verbaasd: tijdens onze lezing vertellen we over de macht van de fiscus. De fiscus heeft van de Wetgever veel macht gekregen om ervoor te zorgen dat belastingplichtigen, de burgers en bedrijven, op een goede manier hun verplichtingen nakomen. Denk aan de mogelijkheid om mensen te verplichten aangifte te doen, alle informatie en bewijsstukken op te vragen of boeten op te leggen. Wie veel macht heeft zal ooit de fout in gaan door die macht onterecht te gebruiken. Zeker wanneer de politiek meekijkt en het voorkomen van belastingontwijking en -ontduiking prioriteit nummer 1 wordt. Dan zijn burgers en bedrijven potentiële fraudeurs en zo ga je ze ook behandelen.

Ja ik ben wel verbaasd: Ik werk sinds 1985 in de fiscale praktijk. Ik heb veel met de mensen bij de Belastingdienst gewerkt. Hoewel mijn belangen als adviseur mogelijk anders kunnen zijn dan die van de Belastingdienst zijn we altijd met groot respect met elkaar omgegaan. Burgers en bedrijven zijn geen fraudeurs, fiscalisten zijn geen boeven en medewerkers van de Belastingdienst zijn geen machtswellustelingen. Kunnen we alsjeblieft weer een beetje normaal met elkaar omgaan?

Als fiscaal mediator zet ik me graag in op zaken goed op te lossen én om de relatie tussen de adviseur/belastingplichtige  en de fiscus te verbeteren, want als we eerlijk met elkaar praten dan kunnen we vrijwel overal uit komen, zonder ruzie en onnodige procedures.

Neem gerust contact met me op voor mediation bij conflicten met de fiscus of andere (zakelijke) conflicten.

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.fiscount.nl

Stappen in Conflictbemiddeling

Professionele en gecertificeerde ADR practitioners (adr-register.com)

Box 3 strijdt met Europees recht

Box 3 strijdt met Europees recht

De Hoge Raad schept (on)duidelijkheid!

Het zal niemand ontgaan zijn, op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad beslist dat de forfaitaire heffing over de inkomsten uit vermogen (box 3) strijdigheid oplevert met art. 14 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en art. 1 van het Europees Protocol.

In gewone mensentaal: Het echte rendement dat wordt behaald met het beleggingsvermogen is veel lager dan het rendement (en de belastingheffing) waar de wetgeving vanuit gaat. De Hoge Raad trekt dan de conclusie: “Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat voor het met ingang van 2017 geldende forfaitaire stelsel geen toereikende rechtvaardiging is aan te wijzen. Voor degene die, zoals belanghebbende in de onderhavige jaren, door dit forfaitaire stelsel wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijk behaalde rendement leidt dit tot een schending van zijn door artikel 1 EP, in samenhang met artikel 14 EVRM, gewaarborgde rechten.”

Hoe moeten we dan belasting over vermogensinkomsten heffen? In de behandelde casus komt de Hoge Raad met een oplossing “op rechtsherstel gerichte compensatie” door het tarief van box 3 (30% thans 31%) toe te passen over het werkelijke rendement.

Ik hoor de box 3 betalers juichen: De belastingheffing gaat vorstelijk naar beneden! Als belastingadviseur juich ik graag met mijn klanten mee, maar toch houd ik teveel vragen over om echt in een jubelstemming te zijn.

Werkelijk rendement

Wat is dat “werkelijk rendement”? We kennen dat begrip niet in de fiscale wet.

Voorbeeld:

Piet heeft € 500.000.  Hij ontvangt 3% aan rente en dividenden dus € 15.000. Als gevolg van koersdalingen lijdt hij € 12.000 koersverlies.

Wat is het werkelijk rendement? € 15.000? € 3.000?

Marianne heeft ook € 500.000. Zij ontvangt geen rente of dividend. Als gevolg van koersstijgingen maakt ze € 15.000 koerswinst.

Wat is het werkelijk rendement? 0? € 15.000?

Door de introductie van een begrip dat we in de huidige wetgeving niet kennen schept de Hoge Raad een grote mate van onduidelijkheid waar we in de praktijk niet mee uit de voeten kunnen. Het is de vraag of deze duidelijkheid van de Hoge Raad kan worden verwacht of dat het de Wetgever is die heel snel met duidelijkheid moet komen. Het rechtsherstel dat de Hoge Raad biedt is een merkwaardige mix van het werkelijk rendement zoals we dat kenden uit de Wet inkomstenbelasting 1964 (geldig tot en met belastingjaar 2000) en het huidige tarief voor de forfaitaire heffing van box 3.

Bezwaar

De uitspraak volgt op een massaal bezwaarprocedure. Wie geen bezwaar heeft aangetekend en thans er achter komt dat de belasting over 2017 en 2018 te hoog is vastgesteld vist kennelijk achter het net. De bezwaartermijn tegen een belastingaanslag bedraagt 6 weken en nieuwe jurisprudentie is geen reden om oude aanslagen (ambtshalve) te herzien.

Toch knelt het…..

Stel u dient uw aangifte inkomstenbelasting over 2017 in geheel conform alle wettelijke bepalingen. (En dus achteraf bezien met een (veel) te hoog box 3 inkomen). De inspecteur volgt de belastingaangifte en legt de aanslag conform uw aangifte op.

Achteraf bezien blijken de wettelijke bepalingen onjuist, althans strijdig met Europees recht.

Is het dan logisch dat u pech heeft of…..

De fiscaal gebruikelijke rechtsgang (bezwaar, beroep) lijkt afgesloten. Wat overblijft lijkt een gang naar de burgerlijke rechter wegens onrechtmatige overheidsdaad, nu de nationale wetgeving in strijd blijkt met hogere regelgeving.

Onderzocht zou kunnen worden of een rechtstreeks beroep bij de Europese rechter kans van slagen heeft.

Politiek

Beter dan het zoeken naar wegen om alsnog het fiscaal juridische gelijk te halen, zou het zijn als de politiek duidelijkheid zou verschaffen. Op korte termijn zou daarvoor compensatie nodig zijn voor de box 3 heffing van alle belastingjaren vanaf 2017 op de manier die de Hoge Raad aangeeft: Heffing over het werkelijk rendement (wat dat ook moge zijn) tegen het bekende box 3 tarief. Dit vergt wel een enorme inspanning van de toch al overbelaste Belastingdienst.

Op iets langere termijn maar wel dit jaar: het invoeren van een heffing over vermogensinkomsten of een aparte vermogensbelasting, die wel de toets van de Europese regelgeving kan doorstaan.

Fidiation

Ons belastingstelsel is zeer ingewikkeld. Wanneer onderdelen van dit stelsel door het gewicht van Europese regelgeving ook nog eens gaan kraken en instorten wordt het bijna onmogelijk om uw belastingzaken op een goede manier te beheersen. Ik heb u graag om uw weg te vinden en ervoor te zorgen dat u veilig tussen de fiscale klippen door vaart.

Neem u vooral contact met me op per mail quintus@fidiation.nl of telefonisch 06-20577579

 

www.fidiation.nl

www.fiscount.nl

www.stokvis-mediation.nl

Ontvangen alimentatie: 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 160 uur taakstraf en € 200.000 boete!

Ontvangen alimentatie: 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 160 uur taakstraf en € 200.000 boete!

Quintus kunnen we het voor de fiscus niet…….

De meeste echtscheidingen van ondernemers verlopen relatief soepel. Daarbij helpt het dat ik, als fiscaal econoom, goed de waarde van de onderneming of aandelen kan (laten) inschatten en de fiscale risico’s onderken. Als mediator zorg ik voor een goede begeleiding voor de scheidende partners en stel de kinderen centraal.

Soms krijg ik wel eens een vraag die begint met: Quintus zouden we voor de fiscus niet…….. ongeacht wat er daarna komt, mijn antwoord is dan altijd NEE! Dat heeft twee redenen: Ten eerste werk ik niet mee aan enige fraudeleuze constructie, omdat ik dat zelf gewoon niet wil. Belangrijker voor mijn klanten is dat je er vroeger of later altijd problemen mee krijgt. Zo ook in een casus waarover Rechtbank Rotterdam zich moest buigen.

Rechtbank Rotterdam 18 november 2021

Een echtpaar ging scheiden in 2011 en kwamen in het echtscheidingsconvenant overeen dat de vrouw € 5.000.000 zou ontvangen ter verdeling van de boedel. Er werd niets gezegd over alimentatie.

De dag na ondertekening van het convenant ontving de vrouw een bedrag van € 1.000.000 op een bankrekening in Zwitserland. Ze deed jarenlang geen aangifte van deze ontvangst noch verantwoorde ze het als bezitting in box 3, het inkomen uit sparen en beleggen. Later heeft de vrouw het bedrag naar een bankrekening in Singapore verplaatst. De FIOD kwam de gang van zaken op het spoor en besloot tot strafrechtelijke vervolging.

De verklaring van de belastingadviseur: misschien is er wel wat antiek verkocht…… Niet altijd ben ik trots op de prestaties van mijn beroepsgenoten.

De uitkomst

De betaling van € 1.000.000 werd aangemerkt als alimentatie en over de verzwegen bankrekening moet de vrouw alsnog belasting betalen in box drie voor over alle jaren. Daarnaast krijgt ze een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar, 160 uur dienstverlening en € 200.000 boete…….

De Rechtbank overwoog tenslotte: dat de verdachte op geen enkel moment gedurende het onderzoek openheid van zaken heeft gegeven en bovendien kennelijk leugenachtig heeft verklaard omtrent de herkomst van het buitenlandse banktegoed. Evenmin heeft zij, ook niet ter terechtzitting, enige blijk ervan gegeven het strafwaardige van het bewust onjuist doen van belastingaangifte in te zien. Zij heeft uitsluitend haar eigen financiële belangen voorop gesteld. De rechtbank acht die houding zeer kwalijk.

Persoonlijk kan ik weinig medelijden met de verdachte voelen.

Doe het anders!

Als mediator en fiscalist zoek ik natuurlijk voor mijn klanten naar de financieel en fiscaal beste oplossingen. Dat zijn oplossingen die passen binnen de grenzen van de fiscale wetgeving én het meeste voordeel opleveren. Daarmee worden zorgen en onverwachte vervelende verrassingen voorkomen en slapen mijn klanten, en ik zelf ook, rustig!

 

Neem contact met me op als je wilt dat je zaken goed geregeld worden: quintus@fidiation.nl

www.fidiation.nl

www.stokvis-mediation.nl

www.fiscount.nl

Search – (adr-register.com)